Prins
Bernhard
Stichting
         
 
 
 

Jaarrekening 2025


1. Voorwoord

Hierbij presenteert de Prins Bernhard Stichting (PBS) het jaarverslag over het jaar 2025. In het verslagjaar heeft de PBS 20 keer hulp geboden door het verstrekken van een gift of renteloze lening. Dit is iets minder dan in 2024. Ondanks de groeiende defensieorganisatie en daarmee veteranenpopulatie, het nog steeds duurder wordende levensonderhoud en onrust in de wereld, is 2025 het vierde jaar dat het aantal steunverleningen afneemt. Er is geen onderzoek gedaan naar de redenen hiervoor, maar het is wel zo dat Defensie meer verantwoordelijkheid heeft genomen voor (financiële) hulp aan medewerkers en veteranen. Zo zijn budgetcoaches aangenomen en wordt af en toe de aandacht gevestigd op het bestaan van de militaire fondsen.

De PBS werkt nauw samen met de andere Gemeenschappelijke Militaire Fondsen (GMF), het Nederlands Veteraneninstituut (NLVi) en de Dienst Bedrijfsmaatschappelijk Werk (DBMW). Tezamen zorgen onder andere deze organisaties voor de ondersteuning, aanvragen en verstrekking van fondsen waarmee veteranen worden geholpen. Het uitgangspunt is daarbij voor de PBS structurele hulp te bieden, door snel te besluiten over een gift of renteloze lening. Dit kan alleen door het werk van de bedrijfsmaatschappelijk werkers en ondersteuners die duidelijke en volledige casussen inbrengen. Op dit gebied is veel werk verzet en is een duidelijk aandachtspunt voor de bestuursleden van de PBS.

De inkomsten van de PBS komen uit dividend op de beleggingen, rente, giften en uit de jaarlijkse verdeling van giften aan de GMF. Het vermogen van de PBS groeit dankzij het goede beursklimaat en giften. Het stichtingsvermogen daalt door het verstrekken van giften en leningen.

Ten slotte wordt jaarlijks bekeken of het voortbestaan van de PBS nog gerechtvaardigd is. De drie uitgangspunten hierbij zijn veteranen die financiële steun kunnen gebruiken in de structurele verbetering van hun leven, financiële middelen daarvoor en betrokken bestuursleden die de stichting willen besturen. Hoewel het aantal aanvragen teruglopen, werd in 2025 aan de drie uitgangspunten voldaan. Het bestuur blijft zich inzetten voor de collega veteranen die financiële hulp nodig hebben.

Met vriendelijke groet namens het dagelijks bestuur van de Prins Bernhard Stichting,

G.J. van Gorcum
Voorzitter

 

2. Bestuur

Er hebben zich in 2025 drie wijzigingen in het voltallige bestuur van de Prins Bernhard Stichting voorgedaan. Per 19 maart heeft dhr. A.J. Wesselingh de functie van vicevoorzitter van het dagelijks bestuur overgedragen aan dhr. G.H. Peters. Per 01 oktober heeft dhr. G.M.J.H. Burema de functie van voorzitter van het dagelijks bestuur overgedragen aan dhr. G.J. Van Gorcum. Per 01 oktober 2025 heeft dhr. A. Vos zijn functie van bestuurslid van het algemeen bestuur overgedragen aan dhr. G.M.J.H. Burema. Dhr. Vos, dhr. Burema en dhr. Wesselingh zijn sinds 2001 respectievelijk 2018 en 2019 bij het Bestuur betrokken geweest. Wij zijn hen ieder dankbaar voor hun enthousiaste inzet en bijdragen.

DAGELIJKS BESTUUR
Het Dagelijks Bestuur van de Prins Bernhard Stichting bestond gedurende het jaar 2025 uit:

G.M.J.H. Burema
G.J. van Gorkum
A.J. Wesselingh
G.H. Peters
A.R. van de Laar
M.A.W. Riemens
I. Prinsen-Dekker
S.B. Nahuijsen
  voorzitter (tot 01 oktober 2025)
voorzitter (vanaf 01 oktober 2025)
vicevoorzitter (tot 19 maart 2025)
vicevoorzitter (vanaf 19 maart 2025)
penningmeester
secretaris
lid
lid

ALGEMEEN BESTUUR
Het Algemeen Bestuur van de Prins Bernhard Stichting bestond gedurende het jaar 2025 uit:

M. Houben-van Lanschot
A. Vos
B.W. Hopperus Buma
G.M.J.H. Burema
  lid
lid (afgetreden per 01 oktober 2025)
lid
lid (aangetreden per 01 oktober 2025)

 

3. Bestuur verslag

Steunaanvragen
In 2025 zijn door het bestuur van de Prins Bernhard Stichting 20 steunaanvragen ontvangen en afgehandeld, op twee aanvragen in december na, die in 2025 zullen worden afgehandeld. Daarnaast zijn twee aanvragen van december 2024 afgehandeld in 2025. Op de steunaanvragen heeft de Prins Bernhard Stichting als volgt besloten:

a.  Afhandeling 20 steunaanvragen:
  • zestien (16) schenkingen;
  • een (1) renteloze lening;
  • aan drie (3) verzoeken heeft PBS of niet deelgenomen of is een afwijzing gegeven op basis van de criteria die de stichting hanteert ter toetsing.

b. In aanvulling op deze aanvragen in 2025 geldt:

  • twee (2) aanvragen die in december 2024 zijn ingediend, zijn afgerond in 2025. Een renteloze lening van € 1000,00 en een gift van € 400,00 zijn in 2025 uitbetaald.

Overzicht incidentele aanvragen 2025 (met restant 2024)

  2025 2024 Totaal (€)
  Aantal Bedrag (€) Aantal Bedrag (€)
Totaal aanvragen   20        
Totaal afgewezen   2        
Ingetrokken   1        
Totaal toegekend   17        
Leningen   1 1.000,00 1 1.000,00 2.000,00
Retour lening            
Schenkingen   16 10.769,03 1 400,00 11.169,03
Totaal     11.769,03  

1.400,00

13.169,03

Het totaal aan schenkingen in 2025 bedraagt € 10.769,03 een toename van 128% t.o.v. 2024, waar €4.710,00 werd uitgekeerd. Het totaal aan renteloze leningen is €1.000,00 tegenover 0 renteloze leningen in 2024. Bovendien zijn twee aanvragen van 2024 uitbetaald in 2025: een renteloze lening van €1.000,00 en een gift van €400,00.

Aan het eind van 2025 stond €420,00 uit aan verstrekte renteloze leningen, waarvan €20,00 oninbaar is.

De deelname van PBS aan schenkingen en/of renteloze leningen is in 2025 toegenomen t.o.v. 2024. Van 24 aanvragen in 2024 heeft PBS deelgenomen aan 11 aanvragen, tegenover 17 aanvragen in 2025 van 20 aanvragen. Dit jaar zijn de bedragen van aanvragen toegenomen en daarmee de toekenning van giften en renteloze leningen.

 

4. Financieel overzicht (verkort)

grafiek

Overzicht van het toegekende totaalbedrag aan financiële steun van 2015 - 2025


Achtergrond steunaanvragen

In 2025 zijn vanuit het NLVI opnieuw een zestal kleine aanvragen - aanvragen tot €400,- ontvangen bij de PBS, waarop snelle financiële hulp mogelijk was. De besluitvorming kan hier sneller, omdat voor een dergelijk klein bedrag geen financieel overzicht benodigd is. Het aantal kleine aanvragen wordt door NLVI verdeeld over de drie fondsen te weten F 1815, KL 1940 en PBS.


Aandacht steunaanvragen 2025

Wat opviel was de financiële ondersteuning die is gevraagd voor het bekostigen van begrafenissen/ crematies. Van de 20 aanvragen betrof het 3 aanvragen in relatie tot deze plechtigheid. Dat kan zijn omdat de persoon geen uitvaartverzekering heeft afgesloten, of dat deze niet dekkend is voor de totaalkosten of omdat een uitvaartverzekering eerder is afgekocht om aan andere financiële verplichtingen te kunnen voldoen.

Ook voor een vervoersmiddel zoals een elektrische fiets of bij een reparatie voor de auto wordt regelmatig financiële steun gevraagd bij fondsen. Dit omdat de aanvrager daarmee zijn bewegingsruimte en leefwereld kan vergroten en eenvoudiger bij afspraken (voor behandelingen) of bezoeken aan kinderen kan komen. Vaak wordt aangegeven en dat OV geen optie is voor de aanvrager in kwestie.

PBS weegt af of en hoe de gevraagde financiële steun het probleem voor de veteraan oplost en een structurele oplossing biedt voor diens situatie. Als er sprake is van financiële nood en de financiële steun draagt bij aan het herstel van de veteraan, diens gezin of ex-partner wordt financiële steun gegeven. Om die reden wordt indien nodig contact opgenomen met de begeleidende maatschappelijk werker om aanvullende vragen beantwoord te krijgen. Met de medewerking en inbreng van deze personen kan de PBS sneller duidelijkheid geven over een besluit tot financiële steun.


Samenwerking

De samenwerking met de andere militaire fondsen, met name Fonds 1815 en Stichting Fonds KL 1940, verliep in 2025 zoals gewoonlijk op constructieve wijze en in meerdere aanvragen is het benodigde bedrag in gezamenlijkheid bijeengebracht. Het bestuur is mw. Quick, secretaris van F1815, zeer erkentelijk voor haar professionele wijze van verwerken van de administratie van de gezamenlijke hulp van PBS, F 1815 en KL 1940 op aanvragen. De samenwerking met SSFKM en KDF, die meer op steun aan marinepersoneel zijn gericht waar PBS de veteraan in financiële nood helpt, verloopt eveneens goed.

 

5. Vooruitblik

In 2026 zal de Prins Bernhard Stichting zich met onverminderd enthousiasme inzetten voor onze veteranen in financiële nood. De algemene indruk is dat de PBS hier nog immer een nuttige functie in vervult, maar dat tegelijkertijd alleen effectief en duurzaam kan worden geopereerd in samenwerking met de Gezamenlijke Militaire Fondsen.

Vanaf 2025/2026 gelden strengere ANBI-regels gericht op grotere transparantie en doelmatigheid. De belangrijkste wijzigingen betreffen o.a. een publicatieplicht op de eigen website en aan de belastingdienst, aangescherpte regels voor reserves en een onderbouwd bestedingsplan. Het bestuur van de PBS controleert of de stichting aan deze regels voldoet en stuurt bij waar nodig.

Door de goede samenwerking met andere fondsen is de betekenis van financiële steun aan veteranen vergroot. De Prins Bernhard Stichting vertrouwt erop de soepele en prettige samenwerking met de fondsen die zijn aangesloten bij de GMF in 2026 voort te zetten.

 

6. Financiële verantwoording

Balans per 31 december 2025 (na resultaatbestemming)

ACTIVA   2025 (€)   2024 (€)
Vaste activa  
     
   
Financiële vaste activa        45            45    
        45       45
Vlottende activa
               
Vorderingen
  1.600       2.200    
Effecten
  242.811       233.984    
Liquide middelen   15.897       29.323    
        260.308       265.507
Activa       260.353       265.553
       
PASSIVA   2025 (€)   2024 (€)
Stichtingsvermogen
               
Aandelenkapitaal   182       182    
Kapitaal stichting   263.569       241.777    
Onverdeeld resultaat   -5.184       21.793    
        258.566       263.751
Kortlopende schulden
               
Nog te betalen rente en kosten bank   355       350    
Nog te betalen accountants en Advieskosten   1.452       1.452    
        1.787       1.802
Passiva       260.353       265.553

 

Staat van baten en lasten

    2025 (€)   2024 (€)
Ontvangen GMF en donaties       1.800       2.150
Verstrekte uitkeringen       11.169       4.710
Saldo       - 9.369       - 2.560
                 
Mutaties toevoeging voorziening leningen       0       3.863
Kantoorkosten   1.476       843    
Algemene kosten   3.167       3.279    
Totaal lasten       - 4.643       - 4.122
                  
Saldo baten en lasten       - 14.012       - 2.820
                 
Rentebaten en koersresultaat       8.828       24.612
                  
Resultaat       -5.184       21.793


Algemene grondslagen voor verslaggeving
De jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met de wettelijke bepalingen van Titel 9 Boek 2 BW en de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving voor kleine rechtspersonen, die uitgegeven zijn door de Raad voor de Jaarverslaggeving.

Activa en passiva worden in het algemeen gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs of de actuele waarde. Indien geen specifieke waarderingsgrondslag is vermeld vindt waardering plaats tegen de verkrijgingsprijs.

Stelselwijzigingen
De cijfers van 2024 zijn, waar nodig, geherrubriceerd teneinde vergelijking met 2025 mogelijk te maken.

Grondslag van vorderingen
Vorderingen worden bij eerste verwerking gewaardeerd tegen de reële waarde van de tegenprestatie, inclusief de transactiekosten. Vorderingen worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs. Voorzieningen wegens oninbaarheid worden in mindering gebracht op de boekwaarde van de vordering.

Grondslag van kortlopende effecten
Beursgenoteerde effecten die onderdeel zijn van de handelsportefeuille worden gewaardeerd tegen actuele waarde (reële waarde). De reële waarde van beursgenoteerde effecten is gelijk aan de beurswaarde. Beursgenoteerde obligaties die geen onderdeel zijn van de handelsportefeuille worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs.

Andere dan beursgenoteerde effecten worden gewaardeerd tegen de (geamortiseerde) kostprijs of lagere actuele (reële) waarde. In dat laatste geval wordt de reële waarde benaderd met behulp van algemeen aanvaarde waarderingsmodellen en -technieken.

Waardevermeerderingen van op actuele waarde gewaardeerde effecten worden onmiddellijk in de staat van baten en lasten verwerkt. Waardeverminderingen van op actuele waarde gewaardeerde effecten worden eveneens onmiddellijk in de staat van baten en lasten verwerkt. Transactiekosten die direct zijn toe te rekenen aan de verwerving van de effecten worden direct in de staat van baten en lasten verwerkt.

Grondslag van liquide middelen
Liquide middelen bestaan uit kas, banktegoeden en deposito's met een looptijd korter dan twaalf maanden. Rekening-courantschulden bij banken zijn opgenomen onder schulden aan kredietinstellingen onder kortlopende schulden. Liquide middelen worden gewaardeerd tegen nominale waarde.

Grondslag van kortlopende schulden
Kortlopende schulden worden bij de eerste verwerking gewaardeerd tegen reële waarde. Kortlopende schulden worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen de bedragen waartegen de schuld moet worden afgelost.

Grondslagen voor de bepaling van het resultaat
Het resultaat wordt bepaald als het verschil tussen de opbrengstwaarde van de geleverde prestaties en de kosten en andere lasten over het jaar. De opbrengsten op transacties worden verantwoord in het jaar waarin zij zijn gerealiseerd.

Grondslagen van baten
Algemeen - Netto-omzet omvat de baten uit levering van goederen en diensten en gerealiseerde projectopbrengsten uit hoofde van onderhanden projecten onder aftrek van kortingen en dergelijke en van over de omzet geheven belastingen.

Verlenen van diensten - Verantwoording van baten uit de levering van diensten geschiedt naar rato van de geleverde prestaties, gebaseerd op de verrichte diensten tot aan de balansdatum in verhouding tot de in totaal te verrichten diensten.

Grondslagen van lasten
De kosten worden bepaald op historische basis en toegerekend aan het verslagjaar waarop zij betrekking hebben.

Grondslag van financiële baten en lasten
Rentebaten en rentelasten worden tijdsevenredig verwerkt, rekening houdend met de effectieve rentevoet van de desbetreffende activa en passiva. Bij de verwerking van de rentelasten wordt rekening gehouden met de verantwoorde transactiekosten op de ontvangen leningen.